Dag en nacht staan vrijwilligers klaar voor wie worstelt met gedachten aan zelfdoding, vaak op een van de moeilijkste momenten in hun leven. Twee vrijwilligers vertellen anoniem over hun weg naar de Zelfmoordlijn 1813, de opleiding, de uitdagingen en de waardevolle momenten die dit engagement hen geeft. 

Hoe zijn jullie als vrijwilligerbij de Zelfmoordlijn 1813 terechtgekomen?
Katrien*: “Ik was al heel lang op zoek naar een interessante en uitdagende vrijwilligersjob. Ik hadooit al informatie aangevraagd bij het CPZ, omdat ik interesse had, maar heb dat dan om verschillenderedenen wat laten liggen. Enkele jaren later voelde ik dat ik er echtiets mee wilde doen. Daarom hakte ik de knoop door en schreef me in.
In 2021, midden in de coronatijd, begon ik aan de opleiding. Die ging online door en in eerste instantie vond ik dat niet ideaal want ik hou van menselijk contact, maar zelfs in die omstandigheden werd het een heel fijne ervaring.”
Gert*: “Door een medische fout ben ik pijnpatiënt geworden. Ik wou iets zinvols toevoegen aan mijn leven en mijn eigen negatieve ervaring omzetten in iets positiefs voor anderen. Het moest wel iets zijn dat ik op mijn eigen tempo kon doen. Mijn vrouw zag via Facebook dat de Zelfmoordlijn 1813 vrijwilligers zocht. Eerst twijfelde ik, uit schrik dat het ik het niet zou aankunnen.
Ik stelde mezelf de vraag of het me niet net nog meer energie ging kosten, maar het bleef hangen en daarom besliste ik om ervoor te gaan.”

Hoe heeft de opleiding jullie voorbereid op het vrijwilligerswerk?

G: “Voor de opleiding startte, doorliepen we een
screeningsprocedure. Dat was spannend, maar het gaf ook vertrouwen. Tijdens de vorming kwam er veel informatie op me af, wat soms intens was, maar vooral heel boeiend en leerrijk.
Het duidelijke kader van de opleiding gaf me helderheid over wat wel en niet mogelijk is tijdens de gesprekken. Door het vele oefenen tijdens de sessies vond ik mijn eigen stijl en leerde ik wat mijn mogelijkheden en beperkingen zijn. Dat gaf me rust.”
K: “Ik was heel leergierig, maar ook onzeker. Je voelt toch een grote verantwoordelijkheid want je wil dat mensen zich gesteund en begrepen voelen. Die onzekerheid verdween gelukkig snel. Het CPZ zorgt er ook voor dat iedere kandidaat vrijwilliger een mentor krijgt toegewezen die je bij de eerste stappen begeleidt.”

G: “De stap van theorie en rollenspelen naar echte gesprekken is groot. Het is fijn om iemand naast je te hebben die je ondersteunt en die relativeert
waar nodig.”
K: “Vorig jaar gaf ik voor de eerste keer mee vorming aan nieuwe vrijwilligers en dat was heel boeiend om te doen. Je ziet mensen
groeien. In het begin zijn ze vaak wat onzeker, zoals ik zelf dus ook was, maar gaandeweg zie je het vertrouwen echt groeien.”

Wat vinden jullie het mooiste aan jullie vrijwilligerswerk?
G: “Je doet dit in de luwte, zonder erkenning of spotlights. Wat overblijft is een heel puur, menselijk contact. Je zit alleen
met die oproeper die je niet ziet. Dat anonieme karakter maakt het voor mij heel waardevol. Je aandacht gaat volledig naar dat ene gesprek.”
K: “Mensen laten je binnen in hun
diepste zielenworstelingen, terwijl je een wildvreemde bent. Toch durven ze hun verhaal te doen. Dat vertrouwen blijft mij raken.”
G: “Mensen stellen zich ongelooflijk kwetsbaar op. Het is ongelofelijk dat we zoiets kunnen teweegbrengen aan een anonieme lijn, terwijl we in een maatschappij leven die meer en meer individualistisch wordt.”

Jullie zijn allebei al een tijdje vrijwilliger. Op welke manier zijn jullie gegroeid?
G:
“In het begin was ik zenuwachtig voor een wacht. Dat is nu niet meer zo. Je weet natuurlijk nooit welk verhaal je krijgt, maar ik sta steviger in mijn schoenen en heb er vertrouwen in.”
K: “De extra vormingen die het CPZ regelmatig aanbiedt, helpen mij enorm. Ze houden mij alert voor mijn eigen valkuilen. Ook de casusbesprekingen met andere vrijwilligers die regelmatig worden georganiseerd, zijn waardevol. Het is fijn om ervaringen van anderen te horen. We zijn sterk opgeleid, maar zijn geen professionele psychologen dus ik vind het belangrijk om mezelf in vraag te blijven stellen en me te blijven afvragen of wat ik deed was wat de oproeper nodig had. Het mag geen automatisme worden.”
G: “Het is belangrijk om mild voor jezelf te zijn. Soms denk ik achteraf ‘dat had ik anders kunnen doen’, maar je kan niet terugbellen. Het is een oefening om dat van je af te zetten, dat lukt me intussen beter dan in het begin.”

Blijven sommige gesprekken hangen?
K: “Er zijn gesprekken die ik voor altijd zal meenemen en waar ik nog regelmatig aan terugdenk. Dat is oké. Niet alles hoeft altijd meteen losgelaten te worden.”
G: “Soms zijn het kleine dingen die maken dat je je heel verbonden bent met een oproeper. Ze leggen hun ziel vaak zodanig bloot dat je soms ergens mee op iets begint te hopen voor hen of achteraf nog eens terugdenkt aan hen.”

Wat maakt dit engagement betekenisvol voor jullie?
G: “Dat ik mee iets in gang kan zetten voor iemand, hoe klein ook.”
K: “Vaak zijn mensen heel alleen, zeker met hun zelfmoordgedachten. Dat ze die stap hebben durven zetten en dat je hun kan verzekeren dat ze er nooit alleen mee moeten blijven
zitten, ook een volgende keer niet.”

Wat zouden jullie zeggen tegen mensen die twijfelen om vrijwilliger te worden?
K: “Het geeft veel voldoening, maar het vraagt wel ruimte in je hoofd, in je hart en in je leven. Als je van ’s morgens tot ’s avonds bezig bent, is het belangrijk om eerlijk te onderzoeken of je die ruimte hebt. Het is een engagement waar je met volle aandacht voor moet kunnen gaan.”
G: “Zeker die emotionele ruimte is heel belangrijk. Ik voelde al eerder de wens om iets gelijkaardigs te doen, maar besefte toen dat ik eerst zelf sterker moest staan.” openstaan om jezelf te blijven verdiepen in allerlei thema’s. Natuurlijk kan je niet alles weten en dat hoeft ook niet, maar voor mezelf helpt het om mee te zijn met de uiteenlopende onderwerpen die aan bod komen aan de lijn. Daarom lees ik veel.”
G: “Het is geen vast stramien dat je volgt, er is geen script. Je moet zoeken, aanvoelen, kennis hebben en betrokken zijn. Het vraagt interesse, openheid en affiniteit met heel verschillende levensverhalen en thema’s. Al wil dat niet zeggen dat je alles moet weten. Ik vind het belangrijk om transparant te durven zijn naar een oproeper als ik iets niet begrijp of iets niet weet.”

Hoe zien jullie de toekomst van jullie vrijwilligerswerk?
G: “Onlangs kreeg ik de vraag om mentor te worden en dat voelde echt fijn. Het gaf me het gevoel dat er vertrouwen in mij wordt gesteld. Om praktische redenen kon ik er op dat moment niet op ingaan, maar ik hoop in de toekomst zeker die extra rol te kunnen opnemen.”
K: “Ik wil ook graag mentor blijven, maar bovenal wil ik blijven beantwoorden aan de lijn. Het contact met de oproepers blijft voor mij de kern van mijn vrijwilligerswerk. Dat is waar het allemaal mee begonnen is en dat wil ik blijven doen.”

*Gert en Katrien zijn schuilnamen omdat we werken op basis van anonimiteit en vertrouwelijkheid.

Wil jij ook vrijwilliger worden?
Schrijf je in voor een infosessie en ontdek of het iets voor jou is.

Dit artikel is een onderdeel van het jaarverslag 2026. Wil je graag meer lezen, klik dan hier.